Flaptekst
De Fantasiejagers : een groep mensen met uiteenlopende gaven die een opdracht krijgen van de regeringen van Ratiowereld en Emowereld. Ze worden ingezet bij het opsporen van niet-menselijke wezens uit de droomwereld die ónze wereld betreden. Wat is er aan de hand in Ratiowereld ? Volwassenen en kinderen gedragen zich zonder reden erg agressief en gewelddadig. Het lijkt alsof ze hun anders zo beheersbare emoties niet meer onder controle hebben. De Fantasiejagers staan voor de moeilijke taak om uit te zoeken wat hiervan de oorzaak is. Is die te vinden bij de ratiomensen zelf ? Of is er een boosaardig opzet van een emowezen in het spel ? Waarom geeft Sekhmet, vroeger vereerd als Godin in Ratiowereld, een gigantisch decadent feest om deze problemen te vieren ? En welke geheimen verbergt Toth voor de groep Fantasiejagers ? Een verrassende ontknoping doet beide werelden op hun grondvesten schudden...
Fragment
Wonderbaarlijk, dacht Kate toen ze de vier mensen op hun voeten zag landen. Het spiraal van kleuren waar ze doorheen leken te vliegen, liet hen toch zacht neerkomen. Ze moeten technologisch heel ver gevorderd zijn. Maar toch voelde ze daarbij geen jaloezie, want naar wat ze begrepen had, was de wereld een kille emotieloze plaats. En als dat het gevolg was van alle technologie, dan mochten ze die voor haar part houden.
Gehlen verbaasde zich over de zachte landing, maar de verbazing mocht niet lang duren. Hij voelde hoe zijn maag rare sprongen maakte tot zijn ontbijt van die morgen in een razend tempo naar boven kwam. Steunend met zijn handen op zijn knieën kotste hij zijn hele maaginhoud uit. Verdomde trip, dacht hij. En dat was het geweest, een helse trip die nog erger had gedraaid dan de gekste achtbaan.
Hij spuugde nog wat speeksel uit en rechtte zich toen. De duizeligheid was nog niet helemaal over, maar hij kon zich al wat focussen. Verdwaasd keek hij om zich heen. De andere drie waren nog steeds hun laatste restjes eten naar buiten aan het werken. Waarom had de professor hun daar niet op voorbereid? Het zou een normaal bijeffect zijn van de trip, anders zouden de anderen niet ook aan het kotsen zijn. Misschien was de professor het vergeten te melden of vond hij het een leuk sadistisch grapje.
Hij had echter op één vlak gelijk gehad toen hij de omgeving beschreef. Het leek op hun wereld. Er waren geen bizarre onwereldse bomen of struiken, geen paarse hemel met drie zonnen of zo. Hij zag een groen pleintje met in het midden een fontein; een marmeren zeemeermin (zouden die dan ook echt bestaan?) spoot een kabbelend stroompje water uit een kruik die ze in haar handen hield. De zon scheen volop in een wolkeloze hemel en gaf het gras van het pleintje een intens felgroene kleur, alhoewel hier en daar het gras al leek te vergelen. Hij vroeg zich af of het gras in zijn wereld ook zo groen was, maar bij hen had je dan ook alleen nog een beetje natuur buiten de steden. Hij kon zich niet herinneren wanneer hij nog eens gras onder zijn voeten had gevoeld.
De straten rondom het pleintje lagen er rustig bij. Gehlen kon slechts één auto ontdekken en die stond dan nog geparkeerd. Verder liepen de meeste mensen en in de verte zag hij een fietser. De huizen waren adembenemend mooi, ze bezaten de grandeur en de verfijnde architectuur van de huizen die ze vroeger in hun wereld ook gehad hadden, zo rond de negentiende eeuw. Niet de koele en eenvoudige nieuwbouwstijl die nu de steden in hun wereld domineerde.
En toen zag hij de vrouw en hij hapte even naar adem. Hij had nog nooit zo'n prachtige creatie gezien, ze leek onwerkelijk. Misschien was ze ook niet geheel menselijk, dacht hij nieuwsgierig, het zou kunnen in deze wereld.
Details
ISBN: 978.907.521.2938
Afmeting: 15 x 22,5 cm
Bladzijden: 224
Uitvoering: paperback
Verschenen: april 2008
Genre: bovennatuurlijke Thriller
Uitgever: Kramat