Streken
ISBN 90 214 72740
Als de gevierde cellist Arthur Bronckhorst in Londen een aantal masterclasses geeft, ontmoet hij de begaafde studente Chrissie Pagett, die met Dvorįks celloconcert een verpletterende indruk op hem maakt. Haar talent en bravoure openen hem de ogen voor zijn tekortkomingen als musicus. Langzaam komt hij tot het pijnlijke besef dat zijn carričre ten einde loopt.
In de dagen die volgen, de laatste dagen van het jaar, maakt Bronckhorst de balans op van zijn leven, dat volledig in het teken stond van de muziek. Hoe moet hij er zin en invulling aan geven als hij niet langer kan schitteren op de internationale concertpodia? Hij realiseert zich hoeveel slachtoffers hij maakte in zijn zucht naar succes en raakt er steeds sterker van overtuigd dat Chrissie hem kan helpen zijn fouten en wandaden te herstellen. Maar dan bezorgt ze hem een verrassing die zijn bestaan voorgoed verandert.
fragment:
'Mag ik nog iets spelen?' vroeg ze toen ze het deel doorgewerkt hadden. 'Ik wil het u graag laten horen.' Haar ogen stonden gespannen, ze glimlachte zowaar.
'Nog even dan.' Hij moest nu toch langzamerhand een einde maken aan de les, al wou hij ieder excuus aangrijpen om haar nog even hier te houden. Als ze de kamer uitliep, was het voorbij.
'Ik kon de bladmuziek niet vinden, daarom heb ik het van de cd uitgezocht. Heeft u het nooit laten uitgeven? Ik vind het zo'n mooi stuk.' Ze zette in met die lange, donkere toon die het begin was van een melodie volgezogen van lyriek, eerst ingehouden, als een adelaar op een rotspunt, klaar om zich af te zetten, om dan in sierlijke bogen de hoogte in te zweven. Een lang, tot het uiterste uitgesponnen thema over de volle vijf octaven, eigengereid en smachtend, zacht en bitter, van onderaardse diepte tot in de ijle hoogte, geschreven door iemand die de cello door en door kende. Een langzame driekwartsmaat, als een dodenmars met een hobbel. Arthur kreeg het koud. Dode dagen. Voor het eerst hoorde hij het iemand anders spelen.